Dutch English Georgian
DOG Shelter - Dog Organization Georgia
DOG Shelter - Dog Organization Georgia
DOG Shelter - Dog Organization Georgia
DOG Shelter - Dog Organization Georgia
DOG Shelter - Dog Organization Georgia

Het ontstaan van de Opvang

E-mailadres Afdrukken PDF

Twee jaar heeft het geduurd, het plan om een hondenasiel te beginnen en de eerste hond die zijn intrek nam. Twee jaar nadat ik die pup zag liggen op dat gebroken asfalt, in de snikhete zon terwijl een constante stroom auto's links en rechts voorbij scheurde. Het pupje was aangereden, was gewond en zou niet lang meer te leven hebben. Het pupje was op zoek, op zoek naar veiligheid, naar iets om zijn hongergevoel weg te nemen en een plek om de nacht door te brengen. Het pupje was weg gelopen om dat de mensen hem sloegen, op hem jaagten met grote ijzeren pincetten en hij net zoals zijn ouders middels een niet stabiel voltage geelectrocuurd zou worden. Helaas zou dit kleine hondje de zon niet meer zien ondergaan. In plaats daarvan reden oude wolga's en lada niva's vlak langs hem heen.
 
Als ik thuis kom zie ik mijn eigen hondje, Croky achter de glazen deur staan. Zijn staart begint te kwispelen alsof hij mij dagen niet heeft gezien. Ik open een biertje en plof op de bank in alle stilte om de dag te relativeren. Croky komt op zijn gemak de kamer binnengelopen en ook hij ploft op zijn veel te duur hondenmatras. Ik denk aan dat hondje, de angst in zijn ogen, zijn vacht onder het bloed. Ik neem nog een plisje en zodra ik op sta staat ook Croky op, het is ten slotte etenstijd. Ik bereid zijn eten, brokken en vlees en zet het voor hem neer. Na een initieel enthousiaste start laat ie het overgrote deel staan en wandelt naar de tuin om het prachtige beeld van de ondergaande zon te aanschouwen.
 
Ik stop voor het hondje, zet mijn auto stil op het midden van de snelweg en pak een deken uit de kofferbak. Ik kniel bij het pupje en wikkel hem in en spoed me weer naar mijn eigen lada niva. Ik leg hem achterin en spring achter het stuur. Ik vraag mijn werkneemster die naast me zit de dierenarts alvast te bellen met het verhaal dat we over een paar minuten een hondje komen brengen met een open buikwond, daarmee hopend dat de dierenarts alvast wat prepareert voor een operatie. We kwamen inderdaad na 6 minuten aan en ik pak het nog levende hondje en ren naar binnen. Uiteraard is er niks voorbereid, en afgezien van een paar jonge meisjes is er verders niemand. Een meisje, ik schat niet ouder dan 21, in een witte jas komt op me af en gebaart het hondje op de operatie tafel te leggen.
 
Er worden jaarlijks alleen in de hoofdstad al zo'n 10.000 straathonden afgemaakt, waarom rolt er een traan over mijn wang bij dit hondje, ik had het toch niet kunnen redden. Die vraag speelt door mijn hoofd terwijl ik de dop van biertje nummer drie afhaal. Als ik harder had gereden was ik er misschien een minuut eerder, maar dat zal niet het verschil hebben uitgemaakt tussen leven en dood. Ik denk terug aan een jaar eerder, toen we in Afghanistan een jongetje van negen hebben gered die door de taliban in zijn hoofd was geschoten, toen hadden we ook alles gedaan wat we konden en met succes. Dat jongetje werd een maand later weer met zijn familie herenigd. Ik leg mij neer bij het feit dat ik niet meer had kunnen doen, maar ik wil meer doen.
 
Ik loop bij het hondje weg en laat het hem achter bij het meisje dat pretendeert de dierenarts te zijn. Naief als ik ben geloof ik dat alles wel goed komt en denk ik al hoe ik aan mijn vriendin moet uitleggen dat we er weer een zwerfhondje bij hebben.  Het meisje in de witte jas komt me uileggen dat ze niks kunnen doen en ze hem willen laten inslapen, of ik daarmee in stem. Ik zeg ja terwijl er uit mijn beide ogen een traan tevoorschijn komt, een traan als enig bewijs van het bestaan van dat kleine hondje. Ik wil naar huis, een biertje, nadenken.
 
De koelkast raakt leeg, gelukkig liggen er nog een paar. Ik bel naar de eigenaar van het bedrijf waarvoor ik werk, tevens mijn stiefvader. Ik zeg ' Martin, we zitten in een positie om wat te doen, wij kennen genoeg mensen, kunnen het organiseren, zullen we een dierenasiel beginnen en zwerfdieren opvangen?', een vraag die je niet vaak stelt, maar zonder een seconde stilte hoor ik door de lijn 'Ja'. We praten verder over het vervolgtraject, maar de eerste stap is gezet. Twee jaar daarna halen we de eerste honden van de straat en vangen we ze op. Zeker geen gemakkelijke weg, maar het cliche achtige spreekwoord, het doel heiligt de middellen klopt in deze wel.  Ik kijk naar mijn eigen zwerfhondje, denk aan het pupje en denk dat het goed is.